Veertig jaar na een van de meest memorabele WK-wedstrijden aller tijden blikken betrokkenen terug op de diepgewortelde historische rivaliteit, waarin de schoonheid van het voetbal botst met de absurditeit van oorlog.
Mexico, 1986. Engeland en Argentinië treffen elkaar in de kwartfinale van het WK. De sfeer tussen de twee oorlogvoerende landen, is verre van vriendschappelijk. De wedstrijd wordt gespeeld in de schaduw van het conflict om de Falklandeilanden, waardoor het in de aanloop net zozeer om trots en politiek gewin als om voetbal draait. Dat verandert allemaal zodra een zekere Diego Maradona het veld betreedt en zowel zijn naam als ‘de hand van God’ in de geschiedenisboeken weet vast te leggen.