Tijdens een gure winternacht in 1899 arriveert Aimée in een afgelegen bergdorp in de besneeuwde Franse Alpen. Ze is een jonge, vooruitstrevende juf, maar in deze door sneeuw en traditie geïsoleerde gemeenschap blijken geloof en legendes minstens even sterk als letters en cijfers.
Aimée laat zich hierdoor niet afschrikken. Gewapend met haar kennis wil ze het analfabetisme en het hardnekkige bijgeloof in het dorp doorbreken. Hoewel haar betrokkenheid groeit met elke sneeuwval, groeit in haar tegelijkertijd een intense, sensuele onrust. Wanneer een lawine een jonge dorpsbewoner meesleurt, kantelt de werkelijkheid en raakt het fragiele evenwicht verstoord. Wat volgt is een poëtisch, bevreemdend en soms beklemmend winters folk drama, waarin verlangen, angst en bijgeloof samensmelten met de overweldigende kracht van de natuur.